Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0687_0691_32295

Een sage (mondeling), dinsdag 26 mei 1998

Hoofdtekst

I -Maar in’t rusthuis hebben ze mij dat ook gezegd, want ik zei zo van : “Ja, bij haar zou ik wel eens willen gaan hé.” en dan zeiden ze zo van : “Ja, pas maar op ze (hoor)! Want dat is een heks, dat is een wreed kwaad mens!”E29 -Maar dat is geen heks, dat is geen waar, dat is geen heks.II -En gij zegt Craeye en madame zegt “de Craeyer”E29 -(de informante spelt de naam) maar ze zeiden er Craeye op vroeger, Craeye, allez, in onze taal.II -Ja, maar het is beter dat ge dialekt spreekt, dat ge Zottegems spreekt. (Mevrouw De Tandt sprak eerst even A.B.N.)I -Zeiden ze dat die omgang had met de duivel?E29 -Ah, ze zeiden zij dat. Allez, vertel een keer (tegen haar echtgenoot, inf. 29)II -En hoe heette die? de Craeyer?E29 -de Craeyer.29 -Craeye, ik heb altijd gehoord Craeye, Craeye zeiden ze er tegen, maar hoe dat het feitelijk geschreven is dat weet ik niet. (De echtgenote van de informant spelt de naam nog eens.)20 -En die woonde in de Puttestraat in Velzeke, die vrouw en laat ons zeggen, wat is er nu bij u gebeurd? (Tot informant 29)29 A -Wel ja, op zekere keer zit ze in haar kamertje, langs de kant van de straat, aan een tafeltje en een kaars deed ze branden en ‘s avonds tot 12 uur ‘s nachts zat ze dikwijls aan het lezen in een boek, maar welk boek dat dat was dat weet ik niet, dat heb ik nooit niet gezien.E29 -De bijbel, ze heeft dat tegen mij gezegd, de bijbel!29 -Wij woonden daar juist nevenst hé.II -Maar ge zegt in de Puttestraat, maar ‘t is de peerkesstraat hebt gij gezegd (tot inf. 20).29 -Puttestraat, Puttestraat.20 -Jamaar ja, Puttestraat. (deze informant had zich blijkbaar tevoren even vergist.)29 -En op zekere keer, zie wat we voorhadden, onze koe, we hadden een mes (weide) en ‘t liep daar een koe op en een week nadien die koe gaf geen melk meer, ja mijn moeder was en met den anderen een tijd nadien, ik kan niet zeggen hoelang die tijd is, ôn (hadden we zo twee verkskes (varkentjes) en dat lag alletwee dood jong. En dan om dat te weten te komen, mijn moeder ging bij de paters naar Gent en ze vertelde dat en zegt hij, die pater : “Sla dat een beetje gade,” zegt hij, “Weet ge alwaar dat zij zo gewoonlijk gaat?” En ze ging ging altijd zo haar baan doen al ‘t hoeksken draai, dat wij zeiden.II -Waaraf (waarom) heette dat zo, ‘t hoeksken draai?29 -Watblief?II -Waaraf (waarom) noemden ze dat zo? 29 -Dat heeft al ze (zijn) leven zo geweest.20 -Een bijnaam.(informant 28 en zijn echtgenote praten door elkaar.)E29 -Mensen die wat minder waren ...II -Ah ja ja.29 -En ze kon zo rondgaan omdat er daar een ree (smal aardeweggetje) was en daar kon ze weer aan haar huis en ze deed die toer en zegt hij, die pater : “Sla ze een keer gade en op een zekere moment, waar dat ze gewoonlijk ...” maar ze ging daarnevenst die mensen woonden daar en ze ging gewoonlijk daar binnen en ze ôn (haddden) zeker een paasnagel of zoiets gelegd en dat afgelezen en al hé en ja, ze ôn (hadden) de negende dag zal ze langs daar komen en ze wilde dat hekken (hek) opendoen en ...(Informant 28 en zijn vrouw praten terug even door elkaar.)29 -Ons hekken niet, van ... en ze keerde op slag weer, ze heeft (is) daar niet binnengeweest. En ik weet niet wat dat mijn moeder had overlezen, dat weet ik niet ze (hoor). En op zekere keer was dat gedaan, de koe gaf weer melk en alles. Dat is g’heel de historie, maar ...20 -Maar ze hebben (zijn) bij de paters geweest, laat ons zeggen ze hebben een noveen moeten doen van negen dagen hé?29 -Ja, ja.20 -En een paasnagel, dat heet eigenlijk een paasnagel, ge noemt dat zelf een paasnagel, dan moesten ze dat steken, zeker ...29 -Ja, ik kan dat ook zo goed niet meer zeggen.20 -Dan moesten ze dat boven de deur steken zo is het.E29 -Een paasnagel, d’er zit er bij ons ook een in, dat was van die historie, en zijn moeder zei : “Ge moet een paasnagel aan jullie voordeur onder jullie zulle steken.” en d’er zit daar een in. Kent gij een paasnagel? (tot mij)I -Ja, ik heb dat gezien bij Klosse zijn dochter (Jeanine De Winne, inf. 15), die heeft mij een getoond.E29 -Ah, ik heb daar nog een stuk van een paasnagel. Iedere keer doen ze dat met Pasen hé en dat was zo, ik weet niet, zo’n toetjen (stukje, brokje) en dat was zo een beetje goudachtig zo. Ik heb hier nog een stukje liggen van een paasnagel en boven ... van heksen daar, ik heb bij C. gelegen, M.d.C. heeft bij mij gelegen op dezelfde kamer als ik lang (ziek) geworden ben. Ik heb daar niets van ondervonden van M..II -Jamaar ja, dat mens (zal ook wel geen heks zijn).20 -Maar dat was toch een feit dat die koe geen melk meer gaf. Dat is gebeurd hé.29 -Ja, ja.20 -En ge twee viggens (biggetje) dood gehad. Dat is dus werkelijk, dat is een feit hé.I -Wat zijn dat?20 -Die twee biggen, ze zeggen biggen hé.I -Ja, ja.II -Waren dat steenvarkentjes die doodlagen of wat?29 -Nee, ‘t waren nog redelijke schone.20 -En dat de koe geen melk niet meer gaf, zodus moet er toch ...I -En was dat die M.C. die dat zou gedaan hebben?29 -Ja, ja.I -Is ze zij niet van Velzeke, ja, ...II -Ja, maar mijnheer is ook van Velzeke hé.20 -Ah, hij is er geboren.II -Ah, maar wat is uw naam?29 -Frans 20 -Frans van de Vijver. En het is omdat ge dat vertelde dat ik met u meegeweest ôt (had, ben) en dat Frans zei wij hebben (zijn) dat ook tegengekomen in ons dorp. Want ik kom hier toch bijna toch drie keer in de week een uurtje bij hen. En ik zeg tegen Frans : “Kijk” en Frans vertelt mij dat en ik zeg : “Potverdomme, dat is nog een goede anekdote die we kunnen vertellen voor u omdat ge moet er moet een thesis van maken. En dat is iets dat waar gebeurd is. Laat ons zeggen een koe die geen melk meer geeft en die viggens die doodvallen, dat is abnormaal.”II -En hoe oud waart gij dan?29 -Och, nee,E29 -We waren nog niet getrouwd.29 -Nee, ik was nog niet getrouwd ze, een jaar of 17, 18 was ik.20 -Ge waart 17, 18 jaar.I -En ge hebt dat zelf meegemaakt of was het uw moeder?20 -Hij egt dat hij het zelf meegemaakt heeft, hij heeft het zelf meegemaakt. En het is hoeveel jaar geleden? 29 -Ah ja, ik ben 69.I -Maar ik peis ook niet dat dat een heks is, want ik ben daar dan bijgeweest en ze heeft mij toch niets gedaan.E29 -Maar nee, nee, mijn schaap.(Ik vertel dan nog over mijn ontmoeting met de oude vrouw in het rusthuis.)I -En waren d’er veel mensen in ‘t dorp die dat zeiden dat dat zou een heks geweest zijn?29 -Ah, in ‘t gebuurte wisten zij dat allemaal, ze ôn (hadden) er allemaal schrik af (van). En alle avonden zat ze met dienen (dat) boek, met een kaars voor haar venster te lezen.II -En was dat laat?29 -Tot twaalf uur ‘s nachts.I -En ze ziet er wel wat angstaanjagend uit, vindt ge niet, dat ze zo wat ...(De echtgenote van de informant vertelt dat zij 5 maanden een ziekenkamer met M. gedeeld heeft omdat M. Eerst bij iemand lag waar ze ruzie mee had. Ze vertelt ook dat M en haar man mensen waren die steeds ruzie zochten. M. had ruzie met de vader van informant 29 omwille van een haag. Onze informant vertelt het verhaal.)29 -Wij hadden in de scheiding zo’n haagje staan hé en zegt ze : “Als ge die haag niet scheert,” het was pertang (nochtans) niet te lang ze (hoor), “Als ge die haag niet scheert, ga ik achter de champetter” zegt hij mijn vader : “Scheert gij die haag langs de kant van Fostier.” Haar man heette Fostier hé. En we leiden altijd een zak waar dat dat zo afviel en al hé, op zekere keer komt de champetter daar, zegt hij : “Wat is dat hier?” – “Ah,” zeg ik, “die haag scheren langs die kant.” Ik mocht op haar land niet lopen.(Informant 20 begint te lachen.)I -Dan moest ge er zeker over zweven of vliegen (lachend)?29 -En mijn vader was nogal een kolerieke die, ôt (had) hij het moeten doen hebben, hij schoot er hem op hé.(iedereen lacht)II -Die was van Brakel?29 -Zij was van Brakel ja.II -En ze was met een Velzeeksen (een Velzekenaar) getrouwd misschien?29 -Fostier, ik weet niet vanwaar dat die ...

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een vrouw die er door sommige mensen werd van verdacht een heks te zijn, zat ’s avonds vaak tot middernacht bij kaarslicht in een boek te lezen.
Op een boerderij waar twee koeien waren gestorven en waar een andere koe geen melk meer gaf, liet men de paters van Gent komen, die de mensen de raad gaven om een bepaalde vrouw goed in het oog te houden. Die mensen hadden wellicht een paasnagel onder de deur gelegd en ze waren begonnen met het bidden van een noveen. Toen de heks op de negende dag voorbij het hek kwam, maakte ze onmiddellijk rechtsomkeer. Daarna gaf de koe op die boerderij weer melk.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
29A
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Gent    paters van Gent   

Gent (paters van)    Gent (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Velzeke    Velzeke   

Plaats van Handelen

Gent    Gent