Hoofdtekst
Onze jongen die daar nu loopt is ne keer van Pruuls Colette betoverd geweest. Als hij klein was, was het nen bolk van ne jongen. Maar al mee ne keer begost ’t kindje te schreien en het verkwijnde. Dokter Weemaes van Brakel komt er bij en zei dat ik mijn kind niet goed soigneerde. Maar dat was praat. Ten einde raad ga ik bij de Paster Verhaert, maar den dienen koest iets zulle. Hij zei hij mij rechtdoor dat mijn kind betoverd was. “Ga nu maar naar huis’, zei ’t ie mij, “uw kind heeft nu juist een krise (crisis) en uwen man zal peinzen dat het sterft. Morgen zal ik komen.” En op de Leyerwaarde was mijne vent daar al en zei dat het kind naar de knopen was. ’s Morgens zeer tijlijk was de paster daar. “Uw kind heeft gisteren zijn laatste krise gehad en ’t was zeker een erge”, zei ’t ie “dat komt omdat u nu tegen de duivels verzet.” Hij moest wijwater hebben, en hij besproeide onze kleinen. Dan heeft hij wel een ½ uur zitten lezen dat het zweet langs zijne neus afliep. Maar onze jongen was toch genezen.
Beschrijving
Een klein jongetje huilde de hele tijd en kwijnde helemaal weg. Omdat de dokter niet kon helpen, ging de moeder naar de pastoor, die onmiddellijk zei dat het kind was betoverd. De volgende ochtend kwam de pastoor op bezoek. De geestelijke sprak tot de ouders: “Het kind heeft gisteren zijn laatste aanval gehad, en het zal zeker een zware zijn geweest. Dat komt omdat jullie je nu tegen de duivels verzetten”. De pastoor besprenkelde het kind met wijwater en bad een half uur tot de zweetdruppels van zijn gezicht rolden.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
241
Zoon van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
