Hoofdtekst
’t Wos nen boer in Handzame die acht koeien had. En otten kernde, j’had nooit geen beuter. ’t Wos ol ale. En z’èn zieder moeten gon achter de paters nor Ieper. En in ieder sliet staken z’e medalie en oender ol de deuren van heel ’t gebouw. En ze mosten negen dagen lang nor de messe gon en een keer te kommunie, en ’t wos gedon.
Beschrijving
In Handzame woonde een boer die acht koeien had. Die boer kon geen boter meer maken; het botervat zat altijd vol mest, zodat de boer bij de paters van Ieper te rade moest gaan. De geestelijken staken medailles onder de deuren en bij iedere koe. Negen dagen lang moest de boer naar de mis gaan en te communie gaan. Daarna kwam er een einde aan het ongeluk.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
7G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
onbekend   
Plaats van Handelen
Handzame   
