Hoofdtekst
Geld gestolen. Zat Loke van Leuven wijst schuldige aan met de kaarten. Dievegge gevat door politie.Bij ons is gestolen. Ze hadden de kist opengebroken, 't slot kapot geslagen. 't Geld was weg. Ons moeder zei: "Ge moet naar een waarzegger gaan." "Och moeder, dat bestaat niet", zei ik. "Ge moet toch maar gaan", zei ons moeder. Ja, ik ging naar Leuven. Daar stond er ene met een koperen plaat op zijn arm aan de statie: Zat Loke. Die speelde met de kaarten. Ik speelde af. Klaveren heer was 't geweest. Ik ging daar een herberg binnen aan de andere kant. Daar zat daar een pollis. Ik moest mee naar de bureau. Dat was de achtentwintigste keer dat ze daarvoor gestraft was. Twee frank moest ik daarvoor geven, dat die dat zou zeggen. Dat is niet veel hè!
Beschrijving
In een huis waar geld was gestolen, ging men te rade bij een waarzegster bij het station van Leuven. De man moest de vrouw twee frank betalen. Daarna werd de vrouw opgepakt door de politie en moest de man mee naar het politiekantoor.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (westerlo en omgeving)
717
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westmeerbeek   
Plaats van Handelen
Leuven   
