Zoek in de Collectie
- Maker / Verteller: Jacob Peeters (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (22)
Maker / Verteller
- Jacob Peeters (22)
Taal
- Antwerps (22)
Type bron
- mondeling (22)
Subgenre
- sage (22)
Decennium_group
- 1960 (22)
Verzamelaar
- B. Van Grieken (22)
Plaats van Handelen
Naam Overig in Tekst
- Hand (de) (Zoerle) (1)
- de Hand (Zoerle) (1)
22 resultaten voor ""
- In een huis waar geld was gestolen, ging men te rade bij een waarzegster bij het station van Leuven. De man moest de vrouw twee frank betalen. Daarna werd de vrouw opgepakt door de politie en moest de…
- Op een boerderij waar altijd een koe stierf, gingen de mensen naar de pastoor en vroegen wie dat kwaad veroorzaakte. De pastoor liet de boosdoener zien en de boer herkende zijn eigen dochter. Later is…
- In een huis waar was gestolen, trok de man zijn schoenen aan. Terwijl hij dat deed, zag hij hoe het gestolen geld onder de deur werd geschoven. De buren hadden het gestolen.
- Een knecht hakte 's avonds in de stal een heks de hand af. De volgende dag zag men in het dorp iemand lopen die maar één hand meer had.
- Een heks kon in de gedaante van een kat door een deur met een klein gat naar binnen.
- Naar een dwaaslicht mocht men niet wenken, want anders verscheen er een rode handafdruk op de deur. In een huis in Zoerle is dat gebeurd. Dat huis wordt nog steeds 'de Hand' genoemd.
- Een man die een aalmoes kwam halen, bleek de duivel te zijn.
- Een meisje dat een relatie had, was gestorven. Na haar dood kwam het meisje spoken bij haar ouders, tot wie ze sprak: "Verdomme, jij hebt mij bedorven". Het meisje was verdoemd.
- Een man die naar Diest reed, zag om middernacht in de bossen van Averbode een groot wiel met geld, waarrond duivels zaten. Er stond ook een witheer die zei: "Neem er maar één stuk uit, dan ben ik…
- Een man had in het huis van een heks een klein wassen poppetje in een lade zien liggen. Daarna wilde die heks niet meer dat de man nog bij haar over de vloer kwam.
- Op woensdag waren de heksen machteloos.
- Dwaaslichten waren de zielen van ongedoopte kinderen.
- Op een boerderij waar men geen boter kon karnen, kreeg men de raad om niet te spreken als er iemand binnenkwam. De mensen volgende de raad op en kregen alle boter die ze voordien hadden moeten missen.
- Heksen konden pas sterven nadat ze hun toverkracht aan iemand anders hadden doorgegeven.
- Een man richtte zijn tweeloop naar een groep heksen die zingend door de lucht vlogen. Een tijdje later werd de man door een vrouw aangesproken met de woorden: "Je hebt geluk gehad dat ik erbij was,…
- Een vrouw kon muizen tevoorschijn toveren door zand op de grond te gooien. Nadat de pastoor bij die vrouw was geweest, was ze haar toverkracht kwijt.
- Mensen die de grenspaal van hun veld hadden verplaatst, kwamen na hun dood spoken. Men moest dan antwoorden: "Steek hem terug op de plaats waar je hem gehaald hebt!"
- In Aarschot lag onder iedere lantaarn een weerwolf. Weerwolven hadden een duivelsvel.
- Wanneer de pastoor op zijn preekstoel stond, kon hij de heksen in de kerk met een bijenkorf op hun hoofd zien zitten.
- In het Hageland had de duivel een schuur gebouwd. in ruil voor de ziel van een boer. De volgende dag was de schuur klaar. Op een nacht werd de schuur echter weer afgebroken.
- Een man schopte op zijn weg naar huis naar een kat. Het volgende ogenblik was de kat verdwenen en zat er een vrouw op diezelfde plaats. De man moest voor de rechter verschijnen, maar werd niet…