Hoofdtekst
Dansend stoofdekselF. Ja, als we klein waren, ons Irma hé, die een garendraad aan het stoof deksel deed hé. Die had boven geweest, en dan had die een garendraad door zo'n spleet gedaan hé, en dan recht boven de stoof. Vroeger had je zo deksels op de stoof met een handvat hé, en dan daar aan dat handvat voort vastgeknoopt hé. En dat zag je niet hé, vroeger was het niet licht in de huizen hé, zo. . . Wel licht, maar niet zoals nu, nu zou je alles zien, maar..., er was maar één lamp die in 't midden van de kamer brandde. Dan zaten we rond de stoof, en zij was weer van alles aan 't vertellen, en ineens springt dat stoofdeksel omhoog hé. En, we zeiden: "Wat is dat nu?" En zij ook hé: "Wat is dat?" Zo hé. Neen, zij was toen naar boven gegaan. Ze zei dat ze naar 't toilet moest gaan, zo was 't. Hier was ons keuken, en de toilet was dan zo omgedraaid hier, maar hier was de deur van ons zaal, en hier een deur voor 't staminé, dan was ze zo gegaan, en hier was de trap, en zij rap naar boven gelopen hé, met dat stoofdeksel getrokken hé,... En toen riepen wij hé: "Irma, Irma! Dat stoofdeksel springt omhoog!" "Ja", zei ze, "hoe kan dat nu toch?" En ze pakte dat stoofdeksel vast, en ze legt dat goed op de stoof hé. En toen zei ze: "Ja, 'k moet nu toch 't water gaan halen", want vroeger moest je water naar de borreput gaan halen hé. "'k Moet nu toch water gaan halen, want 'k moet de stoof opzetten", maar ondertussen was ze dan weer naar boven gelopen hé. En zij kon dan zo rondlopen hé. Als zij door de keuken had moeten gaan, dan hadden wij haar zien gaan hé. En nu sprong dat weer omhoog. En ja, nu waren wij al bang hé. En toen zeiden we: "Ons Irma, waar is die nu? Want aan de put is ze niet meer zulle." Wij waren dan buitengelopen naar de waterput hé.. "En daar is ze niet meer zulle, aan de put." En toen zeiden we: "Ja, waar is die nu heen?" We wisten het niet hé. En Julie Boer woonde naast ons. En die zei altijd: "Als jullie moeder niet thuis is, en er is iets, als ge bang zijt, dan bonkt ge maar op de muur, dan kom ik." En toen wij met twee, drie op de muur gebonkt hé. En Julie was daar direct. "Wat is er?" Maar toen was ons Irma daar ook zulle, "Wat is er?" "Ja, dat stoofdeksel, dat springt altijd omhoog. En we zijn zo bang." En Jullie komt daar aan, en die beziet dat stoofdeksel zo eens, en die doet zo hé, en die had die draad vast. "Maar Irma," zei ze, "wat dat gij toch allemaal doet! Als jullie moeder 't moest weten, ge zoudt ervan krijgen zulle." "Ja," zei ons Irma, "maar dat is nu toch zo erg niet. Ik wilde ze doen te lachen." Maar wij waren bang in plaats van te lachen!K. En heb je dat aan je kinderen verteld, dat Irma dat uitspookte?F. Ja, vroeger aan ons mannen, ja.
Beschrijving
En vrouw bond stiekem een draad aan het deksel van de stoof. Ze maakte de draad vast aan de zoldering zodat ze het deksel stiekem kon doen bewegen en de andere mensen in huis dachten dat het spookte.
Bron
K. Bruynseels, Leuven, 1991
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (nijlen)
9
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nijlen   
