Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0184_0185_31499

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

Het volgende is gebeurd in 1939. Wij hadden een koe thuis die juist gekalfd had en die gaf dan heel veel melk. Mijn vader kon melken dat het schuim ver over de emmer stond.En op een keer, die koe had dan drie weken gekalfd, gaat mijn vader melken en ze gaf geen druppel melk. Mijn moeder stampte ondertussen, dat was in een grote kom met een stamper om boter te maken. Maar ze moesten daar ook water bij doen en als dat te warm was had ze geen boter. En mijn moeder had geboterd en ze zegt tegen mij: ,,'k Heb geen beetje boter, 'k zal te warm gegoten hebben. Maar ge moet het niet tegen vader zeggen of hij zal reclameren". Toen kwam vader binnen met een heel klein beetje melk. Dat was ’s morgens.'s Middags ging hij terug en dan kreeg hij er niets meer uit. Dat duurde zo een dag of vier. De buren zeiden: „Hebt ge niet gedacht om bij de paters (Augustijnen-Gent) te gaan?" „Ja", zei mijn vader, „maar ons moeder zal met mij lachen. Maar gij moet gaan". Dat laatste zei hij tegen mij. Dan was ik zestien jaar en ik durfde niet alleen naar Gent gaan. Dat was in de meimaand en ik ging alle dagen naar het lof en ik ging in de fabriek gaan werken, maar als ik thuis was ging ik alle dagen naar het lof. En ik zeg tegen de meid van de pastoor (dat was een andere pastoor toen): “’k Zou de pastoor willen zien.” Ik begin hem dat te vertellen en hij smijt zijn armen omhoog en zegt: „Gij zijt zot! Dat bestaat niet! Dat bestaat niet!" “Ja jong,” zeg ik, “dat bestaat. Ze moeten er dan ook niet over spreken in de catechismus". Ik had mijn moeder genoeg horen vertellen van toeren die ze tegenkwamen. En daarmee vertelde ik dat. „Wel", zei hij, „nu kan ik niet meer, maar morgen om tien uur ben ik bij u thuis".Hij kwam bij ons thuis, hij hing zijn hoed aan het tapke van de venster en hij gebood mij mee te gaan met palm en wijwater. Zijn haar was à la brosse en ik heb nooit van mijn leven een mens zo zien zweten als die pastoor. Hij stond met zijn zakdoek voortdurend over zijn voorhoofd te wrijven. Hij begon te lezen. Die koe lag neer en ze stond recht van als hij begon te lezen. Hij kwam weer binnen en mijn moeder vroeg haar schuld. „Er is geen schuld aan", zei hij, „zeg mij wanneer ge die koe weer gaat melken". Ze zegden het en hij kwam kijken. We hadden dezelfde melk als vroeger. Dat is echt waar want ik heb het zelf meegemaakt.

Beschrijving

Op een boerderij had men een koe die veel melk gaf omdat ze net had gekalfd. Drie weken later stelde de boer vast dat de koe geen druppel melk meer gaf. De boerin kon ook geen boter meer karnen. Uiteindelijk ging de zoon van de boer te rade bij de pastoor. Aanvankelijk zei de geestelijke: “Jij bent gek, dat bestaat niet, dat bestaat niet”, maar uiteindelijk beloofde hij de volgende ochtend te zullen langskomen. De pastoor ging in de boerderij rond met een gewijde palmtak en zweette daarbij verschrikkelijk. De koe, die voorheen op de grond had gelegen, stond op toen de pastoor in de stal kwam. Toen men na de interventie van de pastoor de koe ging melken, had men opnieuw evenveel melk als voorheen.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
85B
1939
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Maria-Latem    Sint-Maria-Latem