Hoofdtekst
Dit heb ik mijn vader-zaliger voor echt hooren vertellen. Te Niel bij Asch had een boer een knecht en die sliep bij een koejong (= koewachter) in den paardenstal. Dat was toen overal zoo. En die koejong die werd zoo mager als een plank en ze zeiden tegen hem: "Jong, dich hebs de tering!" - "Jan," zei hij: "Als gij moest doen wat ik moet doen! ’s Nachts komt er een vrouw bij mij en dan moet ik ’t paard den haam (= halsgetuig van paard) aandoen en mee naar Aken. Ik kan dat onmogelijk volhouden". De knecht besloot wakker te blijven en toen de vrouw weer kwam pakte hij den riek en sloeg ze dat ze loopen moest gaan. ’s Anderendaags toen ze aan ’t eten waren zei de knecht tegen den boer: "Vrouw nog niet op?" - "Nee, ze heeft wat aan haren arm," zeide de boer. Het was de boer zijn vrouw die alle nachten naar Aken naar de heksenkermis moest.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer uit Niel-bij-As had een knecht die bij de koewachter in de paardenstal sliep. De koewachter, die steeds magerder en magerder werd, sprak tot de knecht: "Als jij moest doen wat ik moet doen, dan zou je ook wel mager worden!" 's Nachts kreeg de knecht bezoek van een vrouw met wie hij te paard mee naar Aken moest rijden. De volgende nacht bleef de knecht wakker om de vrouw met de mestvork te verjagen. Toen de jongens de volgende ochtend zaten te ontbijten, vroeg de knecht aan de boer: "Slaapt de boerin nog?", waarop de boer antwoordde: "Neen, ze heeft iets aan haar arm". Het was de boerin die elke nacht naar de heksenkermis in Aken moest.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noorden)
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
Plaats van Handelen
Niel-bij-As   
Aken   
