Hoofdtekst
Wete gij waaromme dan de vrijmetselaars azo heten? Ewel onze ievers (als ze ergens) kwamen en ze wildigen daar een huis, tons (dan) stond dat dare. Da waren mannen die ons Here afgegaan en den duivel aangehangen waren. En de vrijmetselaars gingen gaan wandelen… Ewel z’hen ne keer ne café gezet en ’t was er enen mee nen bolzak (spel met kaarten en stokjes). En den dienen mee zijnen bolzak wierd binnen geroepen. En onze (die mannen) daar gespeeld en gedronken han mosten die mannen voort hé en dienen bolzakvent ook hé. Maar onze weg waren staat diene kerel daar allene en wete waar dat hij zat? Mee zijn gat op een tronke. Zo z’han dat huis gezet op die tronke hé. Ja man, die mensen kosten een huis zetten waar danze wildigen.
Beschrijving
Vrijmetselaars hadden hun naam verdiend aan het feit dat ze een huis konden zetten waar ze maar wilden. Framassons aanbaden de duivel en hadden Onze Lieve Heer afgezworen. Tijdens een wandeling hadden de framassons ergens een café gezet. De man die in het café zat, riep de framassons naar binnen. Eén van hen had een spel kaarten en stokjes bij zich. Nadat de framassons een tijdje hadden gekaart en gedronken, moesten ze weer voort. De man die in het café had gezeten, bevond zich plots op een boomstronk en wist niet wat er gebeurde.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
454
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Heer   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
