Hoofdtekst
I -En moesten ze zo niets meegeven soms? Gaven ze zo soms geen medaille mee of een Agnus Dei of zo?9 T -Wat dat ze deden een paaskaars, hebt ge daar nog van gehoord?I -Ja, de nagel van een kaars zo?9 -Ja.E9 -Dat is nen paasnagel.9 -Ofwel, een stuk van een een paaskaars, een stuk van een paaskaars zeiden ze altijd, onder de zulle steken zeiden ze altijd, dus waar dat iemand binnenstapte, de voordeur, de zijdeur, de achterdeur.E9 -Ze konden d’er niet over zeiden ze. Als we wij gebouwd hebben, heb ik ook een paasnagel (gehaald) ‘k heb hem in stukjes gedaan en onder ieder zulle zit er een, een stukje hé. We hebben vier buitendeuren en onder ieder deur zit er een.9 -Dat zijn zo allemaal ... (informant maakt zin niet verder af).E9 -Ze kunnen d’er niet over zei mijn moeder altijd.II -Ja, mijn moeder zei dat ook.E9 -Ze kunnen d’er niet over en ik heb dat gedaan. Nu heb ik dat de eerste keer gezegd, maar dat weet niemand niet hé, ze waren aan ‘t metsen hé, ze ôn (hadden) gemetst, ‘s avonds een keer aan gekapt, d’er in gestoken, weer gedekt, ja.II -En dat is een stuk van een paaskaars?E9 -Dat is een nagel, dat zijn nagels die d’er onder liggen. Ik heb er g’heel zekers nog een liggen.II -Maar bij mijn moeder in haar bed ôt (had) ze zij een ding ook, euh, een doosje met zo een paasnagel in.E9 -Awel, ‘k heb ook een. II -Dat ge moest onder uw matras steken of iet zo?9 -Ja, maar ze zeiden dat als dat onder de trap zat of onder euh ja, ...E9 -Wij ôn (hadden) zo een grove nagel voor zo in te kloppen hé. II -Ja, ‘k heb dat nog gezien, maar ja.E9 -Ja, ik heb dat gehad dat was een pater die dat gaf.
Beschrijving
Vroeger hadden de mensen de gewoonte om een paasnagel onder de drempel te steken om ervoor te zorgen dat er geen heksen konden binnenkomen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
9T
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
