Hoofdtekst
Kind 1 (allochtoon): "Van die aap."
[...]
Noa (allochtoon): "O ja. Er was, er was een Nederlander, een Marokkaan en een Turk. Ze wouden in een hotel slapen. Er was geen hotel. Er was alleen een zolder. Dus èh... ze zeiden: 'Als je... Je kan d'r nooit meer uit.' Zeiden ze: 'Pech, ik slaap maar.' Èh... 's Avonds hoorden ze: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Ze... ging de Turk de raam openmaken, en viel door de raam en was dood. Ging de Nederlander... Hij hoorde ook: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Dee... Had 'ie de raam opengemaakt, ging 'ie door de raam, was 'ie dood. Toen was de Marokkaan. Ging die... Hoorde die: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Ging hij onder de bed kijken, zag hij een aapje in zijn neus peuteren. Zei die: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.'
[...]
Margreet Dorleijn: "Hoe oud ben jij?"
Noa: "Tien."
Margreet Dorleijn: "En hoe heet je?"
Noa: "Noa."
(Verteld op het multi-culturele festival 'Salaam Lombok' op zondag 27 september 1998, in de Kanaalstraat te Utrecht. Afschrift van bandopname.)
[...]
Noa (allochtoon): "O ja. Er was, er was een Nederlander, een Marokkaan en een Turk. Ze wouden in een hotel slapen. Er was geen hotel. Er was alleen een zolder. Dus èh... ze zeiden: 'Als je... Je kan d'r nooit meer uit.' Zeiden ze: 'Pech, ik slaap maar.' Èh... 's Avonds hoorden ze: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Ze... ging de Turk de raam openmaken, en viel door de raam en was dood. Ging de Nederlander... Hij hoorde ook: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Dee... Had 'ie de raam opengemaakt, ging 'ie door de raam, was 'ie dood. Toen was de Marokkaan. Ging die... Hoorde die: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' Ging hij onder de bed kijken, zag hij een aapje in zijn neus peuteren. Zei die: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.'
[...]
Margreet Dorleijn: "Hoe oud ben jij?"
Noa: "Tien."
Margreet Dorleijn: "En hoe heet je?"
Noa: "Noa."
(Verteld op het multi-culturele festival 'Salaam Lombok' op zondag 27 september 1998, in de Kanaalstraat te Utrecht. Afschrift van bandopname.)
Onderwerp
AT 1865 - Jokes about Foreigners   
ATU 1865 - Anecdotes about Foreigners.   
Beschrijving
Een Nederlander, een Marokkaan en een Turk willen overnachten in een hotel, maar er is nog maar één kamer, waar nooit iemand levend uitkomt. Eerst hoort de Turk: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.' De Turk vlucht uit het raam en valt dood. Hetzelfde overkomt de Nederlander. Dan gaat de Marokkaan. Als hij de stem hoort, kijkt hij onder het bed, ziet een aap in zijn neus peuteren en tegen het snot zeggen: 'Als ik je pak, eet ik je op. Als ik je pak, eet ik je op.'
Bron
Afschrift van bandopname. Verteld op het multi-culturele festival 'Salaam Lombok' op zondag 27 september 1998, in de Kanaalstraat te Utrecht.
Commentaar
27 september 1998
Deze mop is ook een bekend kindermopje. De thematiek betreft (achteraf ongefundeerde) angst voor spokerij en kannibalisme, maar mondt uit in een clou over 'zindelijkheid'. De aap is soms een mens, een dwerg of een kabouter. Opmerkelijk aan deze mop is dat de Marokkaan de held is, die achter de 'banale' waarheid komt. Ik neem aan dat vertelster Noa een Marokkaanse is. Als Nederlanders de mop vertellen is de Nederlander de held. De anderen zijn dan geen Turk of Marokkaan, maar doorgaans Belgen, Fransen, Duitsers, Engelsen e.d., kortom 'nationale buren'. Merk verder op dat de aanzet voor de mop door een ander wordt gegeven, en door de verteller als mop wordt herkend.
Jokes about Foreigners
Naam Overig in Tekst
Nederlander   
Turk   
Marokkaan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
