Hoofdtekst
De propertaresse kwam van de markt en ’t was ieslik slicht were en zei de kartong: “ot God belieft, me zien d’er haost.” En de propertaresse zei: “ot God belieft of nie me zien der algeliek”. En ze zien in de pit gerakt.
Beschrijving
Een koetsier die met zijn bazin bij slecht weer terugkwam van de markt, zei: "Als het God belieft, dan zijn we er bijna". Daarop antwoordde de bazin: "Of het God belieft of niet, we zijn er bijna!" Het volgende ogenblik zakte de koets weg in een put.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (bachten de kupe)
805
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koksijde   
