Hoofdtekst
Alle avonds ging hij naar Parijs naar de wijnkelders. Hij zei altijd: “Ik zal vanavond nog ne keer ferm gaan drinken.”’s Avonds loerden ze hem af. Hij lag in zijn bed gelijk dood. Zijne geest was op reis naar Parijs. ’s Anderendaags was hij were aan ’t werk.
Beschrijving
Een man ging iedere avond naar de wijnkelders in Parijs. Toen men hem een keer had bespied, zag men dat hij voor dood in zijn bed lag. Zijn geest was intussen in Parijs.
De volgende dag was de man weer aan het werk.
De volgende dag was de man weer aan het werk.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
419
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maarke-Kerkem   
Plaats van Handelen
Parijs   
