Hoofdtekst
Twee mannen koemen op nen oavend eens trug van Loon. Ein van de twee moest een natuurlijke behoefte geun dun en goenk tussen de struk zitten. Opeens heurde den aandere ene kriet. Zijne kameroad koem wit van de sjrik oangeloupen en zaag dat hij ene sloag gekregen hoa van iemand. Dat moes de zwatte duuvel geweest zin want dèè koem altaid out roond dit oer. Mais hij kos nie just zeggen wai hij er uit zoog omdat hij opeens voert geloupen was.
Beschrijving
Twee mannen kwamen 's avonds te voet terug van Loon. Onderweg ging één van de mannen achter een struik zijn behoefte doen. Plots hoorde de andere man een luide angstkreet. Even later kwam zijn vriend doodsbang tevoorschijn: iemand had hem geslagen. Het moest de duivel zijn geweest.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (borgloon)
536
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
Plaats van Handelen
Loon   
