Hoofdtekst
Adriaantje was nen Duitse schaper en hij ging hem gaan verhuren op een hof. ’t Moet ievers zijn dat hij niet veel gedaan had, want als het vier (uur) was, en dat den boer kwam kijken had hij nog niets gedaan. “Ge moet er niet mee in zittten”, zei ’t ie tegen den boer. “Ik de mijnen en elk de zijnen”, zei ’t ie. En ne minuut daarachter was al ’t werk gedaan. De duivels hadden al de andere gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een Duitse schaper ging op een boerderij werken. Toen de schaapherder om vier uur nog niets had gedaan en de boer boos werd, zei de herder: “Je moet je geen zorgen maken. Ik de mijne en elk de zijne”. Het volgende ogenblik was al het werk gedaan. De duivels hadden geholpen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
407
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
