Hoofdtekst
Mien vaoder et ’t ezeid. ‘t was e vrimd katje die kwam en metje (grootmoeder) Paring was stief kompatieus (vol medelijden) en ze gaf eten. En z’en etwot tegenekom, ziekten en tegenslagen.
Beschrijving
Een vrouw die een vreemde kat eten had gegeven, werd daarna ziek en kreeg veel ongeluk.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
120
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eggewaartskapelle   
