Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0186_0186_33373

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Mijn vrouwe heeft ne keer iet voreng’had in de Walen: haar tante was bij ne paster, en ze was ziek geworden, en diëne paster had gevraagd voor haar enkele maanden gaan op te passen; en ze ging zij op een groot boerenhof. En dat was enen die azo mee een barraksken rondging. En den diën had de knecht daar in slaap gedaan, en als hij goed in slaap was, had hij ne sjal of iet gepakt hé, en in diene knecht zijnen arm doen leggen, en als diëne knecht wakker werd, zat hij azo precies mee een kind te wiegen. En schaamte dat hij had! En hij zegt dan tegen mijn vrouw: “Kom, grosse flamande, mee u moe’k ook iet doen.” “Ja maar, ‘k heb vanavond twee grote beafstukken opg’eten” zegt ze, “gij en zult mij niet kunnen doen.” Hij en kost haar niet doen, aske niet en wilt en kunnen z’u niet doen hé! Maar ’s nachts en had ze van heel de nacht niet geslapen; ’s anderdaags zegt ze tegen de paster: “’k Heb van heel de nacht niet geslapen, maar z’had dat natuurlijk allemaal verteld. “Ah, zegt de paster, hij en heeft u in slaap niet gekregen en hij en heeft dat niet ontdaan, en dat heeft op u gewerkt, maar in ’t vervolg, en gaat daar nimmer”, zei hij.

Onderwerp

SINSAG 0750 - Andere Zauberei.    SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   

Beschrijving

Een vrouw ging in Wallonië zorgen voor haar zieke tante die bij een pastoor werkte. De vrouw verbleef op een boerderij. Op een dag had de boer zijn knecht een slaapmiddel gegeven. Toen de boer zei dat hij de vrouw ook een slaapmiddel zou geven, zei de vrouw: “Ik heb twee grote biefstukken gegeten. Mij zal je niets kunnen doen”. Omdat de vrouw een sterke wil had, kon de boer haar inderdaad niets doen.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
534
Echtgenote van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Appelterre-Eichem    Appelterre-Eichem   

Plaats van Handelen

Wallonië    Wallonië