Hoofdtekst
Pierke Laurier, ze noemde hem alzo omdat hij met laurierblaren rond ging, ewel Pierke wist er alles van te vertellen; ’t is jammer dat hij zijn wijf zo tielijk (vroeg) verloren heeft.Nu om voort te vertellen: Pierke zijn zeune – hij had maar den dien – Frère was zijne name, ewel, Frère zei tegen zijn vader: "Vader, ‘k ga achter ’n vrouwmens gaan zoeken". – "Ewel", zei Peerke, "kijk maar goed uit uw ogen als ’t zo is"! En Frère ging op zoek. En ge kent dat klein huizeke ginder aanden boskant, niet verre van den Knok, ewel, daar waren daar nog niet lange mensen in komen wonen, een moeder en ’n dochter, Stiene en Nelle zeien ze dat ze heetten. En Frère zei: "Vader, ‘k ga mij daar ‘ne keer riskeren". Maar de vader was-t-er tegen, want de mensen zeien dat ze sliepen tot ’s noens, en ge weet wat dat wil zeggen. "Ewel", zei Frère, "’k wille nu ‘ne keer weten wat dat er daar waar van is, ‘k benne ‘k ik niet vervaard van d’heksen zulle"! En hij ging naar naar de twee "Preuske" lijk dat de mensen ulder noemden, omdat ze altijd nogal schone gekleed waren. En als ’t alzo rond den negenen van de navond was, de moeder zegt tegen Frère: "Jongen, ge zult al lichte moeten naar huis gaan, want uw vader zou niet weten wat gepeinsd dat ge zo lange wegblijft". Maar Frère gebaarde dat hij in slape gevallen was; en ze zeien tegen mallekaar: "Wat nu met den dien"? En zegt de dochter: "Laat hem maar slapen, want voor ons is ’t tijd". Ze gingen alle twee daar naar ’n kaske (kastje) en pakten daar ’n doekske. En ze strooiden daar wat poeier over ulder hoofd en ze zeien d’ene achter d’ander:"Al over hagen en heial over bossen en tronkeneer dat de mane is weggezonken"en ze waren weg, zonder dat de deuren opengingen. En Frère zei tegen zijn zelven: "Wachte, ‘k ga ‘k ik dat ook ‘ne keer alzo doen". En hij ging naar het kaske en pakte ook ’n doekske mee en hij strooit ook wat poeier over zijn hoofd. Maar in de plekke dat hij zegt: "Al over bossen en tronken", zegt hij, "al door bossen en tronken". En toch is hij ook in ene keer weg.Rond den tienen begoste Pierke verlegen te komen en hij pakte de lanteerne en den hond mee en hij ging op zoek naar Frère. En als hij aan den bos kwam, hij hoorde daar klagen en kermen. En ten langen leste vond hij zijne zeune haast versmacht. Eigenlijk nog ’n geluk dat Frère dat verkeerd gezeid had, anders zou Peerke hem nooit niet meer weregezien hebben.En van de twee preuske madams hebben ze nooit niets meer gehoord of gezien.
Onderwerp
SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   
Beschrijving
Een man die met laurierbladen leurde, had een zoon die op zekere dag zei: "Vader, ik ga een vrouw zoeken". Aan de rand van het bos in de buurt van de Knok, stond een huisje waar een moeder met haar dochter woonde. De jongen wilde zijn kans wagen bij die dochter, hoewel zijn vader het hem had afgeraden. In dat huis sliep men namelijk tot 's middags, en iedereen wist wat dat betekende! De jongen beweerde echter dat hij niet bang was voor heksen en wilde het fijne van de zaak te weten te komen. Toen de jongen op een avond bij zijn vriendin op bezoek was, deed hij omstreeks negen uur alsof hij op tafel in slaap was gevallen. De moeder en de dochter lieten de jongen slapen en haalden een doekje uit een kast. Nadat ze wat poeder op hun hoofd hadden gestrooid, zeiden ze: "Over heggen en hagen, over bossen en stronken, vooraleer de maan is weggezonken". Daarna waren moeder en dochter spoorloos verdwenen. De jongen die alles gezien en gehoord had, besloot de twee vrouwen te volgen. Hij strooide wat poeder op zijn hoofd, maar vergiste zich daarna bij het uitspreken van de toverformule en zei: "Door bossen en stronken", in plaats van "Over bossen en stronken". Omstreeks tien uur 's avonds werd de vader van de jongen ongerust. Hij nam zijn lantaren en ging op zoek naar zijn zoon. Bij het bos hoorde hij geklaag en gekerm. Na een tijd vond hij zijn zoon, die bijna was gestikt. Als de jongen zich niet zou vergist hebben bij het uitspreken van de formule, dan zou men hem nooit meer hebben teruggezien. Die twee vrouwen heeft men daarna namelijk ook nooit meer gezien.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
323
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Knok (Avelgem)   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Knok (Avelgem)   
