Hoofdtekst
Pauline K. was een heks. Mijn 'nonken' waren met de 'ötsen' bomen aan 't 'varen' in 't Zuurbos te Duras en toen kwam Pauline daar door. 'Zijt ge aan 't 'varen', mannen?' zei ze, en een beetje daarna staken ze vast, ze konden niet meer verder, en ze moesten haar weer bijhalen en toen stak zij iets onder 't rad en onder de poten van de paarden en toen ging het.En in Grazen waren ze aan 't boteren toen ze daar binnenkwam en ze zei: 'Zijt ge aan 't boteren?' en zo 't een en 't ander en toen ze weg was, zeiden ze nog: 'God weet wat we nu weer aan de hand hebben, de heks is weer hier geweest.' En toen ze meenden dat ze boter hadden, deden ze de 'rol' open en daar stak niets als vuiligheid in en kaf. Ze moesten de heks ook gaan halen en ze zei: 'Ik zal u daarvan verlossen, ik zal de kwadehand van u aftrekken' en ze stak iets onder de 'rol' en toen zei ze: 'Rolt nog maar een beetje, seffens zal de boter er wel zijn' en dat kwam uit.
Onderwerp
SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche   
SINSAG 0533 - Butterhexe   
Beschrijving
Er werd verteld dat Pauline K. een heks was. Enkele mannen reden met paard en kar in het Zuurbos in Duras, toen Pauline daar voorbijkwam en vroeg: "Zijn jullie onderweg, mannen?" Even later zat het wiel van de kar vast, zodat ze Pauline moesten roepen. Ze stak iets onder het wiel en onder de poten van de paarden, en toen reed de kar weer verder.
In Grazen was men bezig met boter karnen, toen Pauline binnenkwam en vroeg: "Zijn jullie boter aan het karnen?" Toen ze weg was, zei men: "Wat zal er nu weer fout lopen; de heks is weer hier geweest." Toen men dacht dat de boter klaar was, vond men niets anders dan vuiligheid en kaf. Ze moesten Pauline halen, die zei: "Ik zal jullie verlossen van de kwade hand", en ze stak iets onder het botervat en sprak: "Karn nog maar een beetje. Zometeen zal de boter wel klaar zijn." En zo gebeurde het inderdaad.
In Grazen was men bezig met boter karnen, toen Pauline binnenkwam en vroeg: "Zijn jullie boter aan het karnen?" Toen ze weg was, zei men: "Wat zal er nu weer fout lopen; de heks is weer hier geweest." Toen men dacht dat de boter klaar was, vond men niets anders dan vuiligheid en kaf. Ze moesten Pauline halen, die zei: "Ik zal jullie verlossen van de kwade hand", en ze stak iets onder het botervat en sprak: "Karn nog maar een beetje. Zometeen zal de boter wel klaar zijn." En zo gebeurde het inderdaad.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
De boter behekst: variante 5
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pauline K.   
Zuurbos (in Duras)   
Naam Locatie in Tekst
Wilderen   
Plaats van Handelen
Duras   
Zuurbos   
Grazen   
