Hoofdtekst
I -En van de maore gereden, weet ge daar nog iets van?32 C -Ah nee, dat was mijn moeder die mij dat vertelde, dat was ook allemaal dingskes hé, van de mare gereden en ‘t schijnt dat dat bestond, maar dat was een die iets over zijn hoofd trok hé en iemand die altijd langs hetzelfde baantje ging en dat ze zeiden ik zal de die een keer schau (bang) maken, die of die een keer schau maken en dat ze hun wegstaken en als ze daar kwamen gepasseerd, sprongen ze erop, vaneigens, ‘t zullen vaneigens geen oude mensen geweest hebben, maar jonge mensen, maar ze waren toch zo schau dat ze zeiden : “Ge moet mij tot daar dragen.”II -En hoe zeiden ze dat?32 -Van de maore gereden.II -Of was dat kleddendragen?32 -Wel ja.II -En maore, vanwaar komt dat thuns (dan)? 32 -Dat weet ik niet. Van de maore gereden.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Vroeger gebeurde het soms dat een grapjas iets over zijn hoofd trok en over een bepaald weggetje liep om de mensen bang te maken. Mensen die op die plaats liepen, werden soms door de grapjas besprongen en moesten hem dragen. Die mensen waren door de mare bereden.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
32C
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Godveerdegem   
