Hoofdtekst
Nu moet ich oech es iet vertellen woa ich echt meegemoakt heb. Op nen oavend goenk ich laik gewente (gewoonlijk) ne de beesten kieken in de stal. Toen ich binnenkoem sjrok ich mich bekans dood. In elke hoek van de stal stoende overal lichskes, 't was zoiet laik kèrsen die op en neer goenken. Ich ben buiten gelopenvan de schrik. Toen ich achteroaf met enige mannen binnengoenk was het verdwenen en was do niks mai te zien.
Beschrijving
Een vrouw die 's avonds naar de dieren in de stal ging kijken, schrok zich haast dood toen ze zag dat er allemaal lichtjes in de hoeken van de stal zweefden. Even later keerde de vrouw samen met enkele mannen terug naar de stal, maar toen waren de lichtjes verdwenen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (borgloon)
41
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Borgloon   
