Hoofdtekst
Terugkerende dode eist inlossing van belofte.’t Es in mijnen tijd gebeurd, ‘k en was maar kleine. Da was ne nonkel die daar dood was. En van as ie dood was, - ze moesten zouder diene mens zijn goed erven -, alle nachten stampen en slaan en ’t en was gene man die koest slapen.En as dat nou maanden en maanden geduurd hâ, die mensen waren om dokteurs gegaan en ziek ‘worden. En zegt ie (nl. de dokter): “Ge moet ne keer bij ’t geestelijk gaan”, zei ’t ie.En w’hân hier tuus azo ne vieze paster! En om dieë paster gegaan en hem verteld en alles gewijd, kamers en stallingen en alles gewijd.“’t Zal wel gedaan zijn”, zei ’t ie.Maar da was nog nie gedaan, ’t was van langst om erger! Ze gingen weer bij de pastere en den dienen schreef naar den oppersten pater van Gent. En diene pater kwam.“Sê, zei ’t ie, kom bij mij te biechten, zei ’t ie, en communiceert morgenvroeg, zei ’t ie, en ‘k ga ou ne witten neusdoek geên, zei ’t ie. Wekt een goed akte van berouw eer da ge binnen gaat en as ge ’t hoort, ge gaat in de kamere, nie schou zijn, zei ’t ie, en zegt, zegt ’t ie: Wa verzoekte gij van mij? Zei ’t ie, en werpt dienen neusdoek in de kamer”, zei ’t ie.“G’hebt belofod van hier een kruisen te zetten, zei ’t ie (nl. de weerkerende dode), en ge moe het doen. Ga ‘e gouder da kruisen zetten, ja of neen?” zei ’t ie.“We beloven’t”, zeien ze.En ’t heeft gedaan geweest.En dienen neusdoek hên ze ‘ts anderdaags opgeraapt en der stonden azo vier vingers en nen duim in: verbrand! Die vingers stonden der azo in gelijk van een ijzeren hand da rood was.Da es hier aan de plaatse gebeurd sê. En nou, ’t kruisen hangt daar nog gedurig.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
In een huis in Opbrakel waar een man was gestorven, hoorde men ieder nacht iemand stampen en slaan. De bewoners van het huis konden niet slapen en werden ziek. De dokter raadde de mensen aan om eens een geestelijke op te zoeken. De dorpspastoor kwam het hele huis wijden en dacht dat het dan wel gedaan zou zijn. Omdat de spokerij daarna nog erger werd, schreven de bewoners naar de pater van Gent, die beloofde te komen. De pater van Gent sprak tot de mensen: "Kom bij mij biechten en ga morgenochtend te communie. Ik zal jullie een witte zakdoek geven. Jullie moeten een akte van berouw zeggen en binnengaan in de kamer zodra het geluid weer te horen is. Dan moeten jullie vragen: 'Wat wil je van mij?' en de witte zakdoek in de kamer gooien. Toen de mensen dat deden, sprak de stem van de teruggekeerde dode: "Je hebt beloofd om hier een kruis te zetten en je moet het doen. Gaan jullie dat kruis zetten, ja of neen?" Daarop antwoordden de mensen: "We beloven het". Daarna heeft men in het huis geen vreemde geluiden meer gehoord. De volgende dag zag men dat in de zakdoek vier vingers en een duim gebrand waren.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
109
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
Plaats van Handelen
Opbrakel   
Gent   
