Hoofdtekst
De man van 'Papmarie' had ene kelder uitgevaren en in d'jaad (= aarde) had er ene pot geld gevonden. Toen ister het te Luik gaan omwisselen, mè hij he(ef)t de helef van de jaadzje (= waarde) nie (ge)kregen. Weiter (= toen hij) moes(t) stereven, koster (= kon hij) nie stereven. Hij he(ef)t de baas verwittig(d) en gezeg(d) dat er de helef nie (ge)kregen had; mè ''tis nie van mich' zeiter, en he kos nie stereven. Toen is de baas met hem gewees(t) en die zei tegen hem: 'steref maar gerus(t), mijn is het ook niet!' en pastoor was ook doa, en die he(ef)t hem overlezen, en toen ister kunnen stereven.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
De echtgenoot van Papmarie had bij het uitgraven van een kelder een pot met geld gevonden. Toen de man het geld in Luik ging omwisselen, kreeg hij slechts de helft van wat het geld in werkelijkheid waard was. Om die reden kon de man niet sterven wanneer zijn tijd was gekomen. Zijn baas sprak tot de man: "Sterf maar gerust. Het geld is niet van mij." Nadat de man door de pastoor was overlezen, kon hij rustig sterven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
932
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Papmarie   
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
Plaats van Handelen
Luik   
