Hoofdtekst
Er was daar een vrouw in Mater, Zomermete, zeiden ze ertegen. Als ze iemand zag, gaf ze de kinderen spekken. En die jongens begonnen te lopen en maakten hun kruisteken. En als ze bij de boeren gingen kamen, dat heb ik nog horen zeggen van mijn vader, van 's morgens kwart voor vijf, eer ze gingen werken. En als ze gedaan hadden, moesten ze eerst wat zout in die melk doen, ze kon ze dan niet betoveren onderweg.
Beschrijving
In Mater woonde een vrouw die de kinderen vaak suikerspekjes gaf. De kinderen liepen voor haar weg en maakten snel een kruisteken. Als men op een boerderij boter had gekarnd, moest men zout in de melk doen, zodat ze niet kon worden betoverd.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
145D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Welden   
Plaats van Handelen
Mater   
