Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0156_0156_22020

Een sage (mondeling), 2003-02-5 2003-02-5 (foutieve datum)

Hoofdtekst

30B Ja. En dan van, ja dan was er nog de dikke dreit zeiden ze daar tegen. En die, dat was ook een heks. Maar die is dan daarna, want dat wisten ze ook, ze vertelden daar ook van. Veel mensen die daar niet goed durfden komen. Maar mijn vader, die ouders van mijn vader, die waren daar goed mee bevriend en die moest daar gaan werken. x Ja.30B En dan hadden ze die ook zo wijt (ver) dat hij daar ook zou in geloofd hebben.x Ja.30B Hij stond daar dan en daar kwam precies iets achter hem gelopen. En hij liep maar. En als hij dan ’s anderendaags terug kwam, zag hij dat het zo van die schoven waren zo, die tegen elkander waren geschoven van de wind. x Ja.30B Zo ja ze joegen je schrik aan. En nochtans, die heeft dan bij de zuster van mijn vader, daar is die dan daarna bijgekomen. En daar is die dan gestorven ook. Ja, dan was daar feitelijk niet veel aan. Maar ja, dat was een heks. Ja.

Beschrijving

In Rillaar woonde een vrouw die van hekserij werd verdacht. Veel mensen durfden niet bij die vrouw in de buurt te komen. Een man die bij die vrouw moest gaan werken, werd ook bang door de praatjes van de mensen. De man had de indruk dat hij door iets werd achtervolgd. Toen de man de volgende dag naar huis ging, zag hij het voorwerp van zijn angst schoven waren, die tegen elkaar waren geschoven door de wind.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
30B
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Rillaar    Rillaar   

Plaats van Handelen

Rillaar    Rillaar