Hoofdtekst
‘k He horen vertellen dat in den "Donkeren" aan Bertje Dobbels dat er daar een heel huis verzonken is en er waren putten. Daar gingen ze vroeger hun vlas gaan rooien (roten). In enen mochten ze zie rooien en z’han d’er ringen en tangen in gevonden. Ja, ja, in den "Donkeren" is er ook wa geweeste. Ze klappen (zeggen) dat er in diene put een kasteel zou verzonken zijn. En diene put was nooit droge.
Beschrijving
In de 'Donkeren' zou ooit een huis zijn verzonken. In één van de putten waar de mensen hun vlas gingen roten, zouden ooit ringen en tangen zijn gevonden. In die put zou ook een kasteel zijn verzonken. Die put was nooit droog.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
462
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Donkeren (Oedelem?)   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
