Hoofdtekst
Dat 'Betsje', ja, as die oech (= U) maar iet kon onnen (= gunnen)! De kar bleef ook vas(t)steken as zje doa doorkwam, dan moes(t) zje uitkomen. De voermans moesten roepen: 'Betsje, kunt zje o(n)s dek (= soms) nie helepen?' Dan kwam ze uit en dan konden ze weer door. En bij de kinder(en) ging ze dek (= dikwijls) eer ze gedoop(t) waren, zó as ze het wis(t) was ze doa.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Wanneer men met paard en kar voorbij het huis van Betje reed, raakte de kar altijd vast. Men moest dan roepen: "Betje, kan jij ons soms niet helpen?" Daarna kwam de kar weer in beweging.
Betje zocht ook vaak ongedoopte kindjes op om hen kwaad te doen.
Betje zocht ook vaak ongedoopte kindjes op om hen kwaad te doen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
742 (2)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Betje   
Naam Locatie in Tekst
Piringen   
