Hoofdtekst
In Roy, kort bij waar ik woonde, daar zat man, vrouw en twee kinderen. Ze hadden 'ne zoon en dan nog een meisje, een aankomend wicht. Maar op 'ne keer werd dat ziekelijk, en dat was een vieze ziekte, ze kosten er gene kop aan krijgen. 's Avonds in het bedje kreeg dat altijd slaag, en dat schreeuwde en dat permitteerde. Dan vroegen ze: 'Waat jankste toch zoë?' En dan zei het: 'Daar, die lelijke vrouw slaat mij' en ze keken en ze keken, maar ze zagen niks. Toen gongen ze naar het menke van Genk, en die gaf kaarsen mee, drie, geloof ik. Die moesten ze 's avonds, efkes voor twaalf uren aansteken, en dan drie keren rond het huis lopen, en zolang als de kaars uitgong was het niet gedaan. Toen hadden ze al gezegd: 'Maar als er wind is, dan gaat die toch uitwaaien.' Maar het menke zei: 'Met de wind waait ze niet uit.' En die heks borstelde dat wicht alle nachten goed af. Hoe het afgelopen is, weet ik niet.
Onderwerp
SINSAG 0543 - Hexe macht sich unsichtbar
  
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Gruitrode had een gezin een dochtertje dat behekst was. 's Avonds lag het meisje in haar bed te schreeuwen: "Die lelijke vrouw slaat mij! Die lelijke vrouw slaat mij!" De ouders konden echter niemand zien. Ten einde raad ging de moeder met haar dochtertje naar de genezer van Genk, die drie kaarsen meegaf. De kaarsen moesten elke avond even vóór middernacht worden aangestoken, en dan moest men driemaal rond het huis lopen. Zolang de kaars bleef uitgaan, was het kwaad nog niet verdreven. Wanneer de kaars bleef branden, zou het meisje spoedig genezen zijn.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
genezer van Genk   
Naam Locatie in Tekst
Tongerlo   
Plaats van Handelen
Genk   
Gruitrode   
