Hoofdtekst
Ma zaliger vertelde mich altijd van 'n huishouden dat woonde op de hoef. En die vrouw had e kind dat altijd ziek was just of 't in de stiepen lag. Dat was geraakt van de kwade hand, gelijk ze zegden. Nu ging die vrouw biechten bij ne bruine pater en ze had dat daar tegen gezegd. En die pater die had 'n heiligdom meegegeven en gezegd: 'Leg dat maar onder den dorpel. Die er morgen nie over kan die is 't.' En toen was 't de eigen tante van die mensen. Dat heeft mich ma honderd keren verteld.
Beschrijving
Een vrouw wiens kind door de kwade hand was geraakt, ging biechten bij een bruine pater. De vrouw had van de pater een heiligdom gekregen om onder de dorpel te leggen. De heks bleek de tante van de vrouw te zijn.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
158
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bruine Paters   
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
