Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die terugkwam van de kermis van Puurs, moest onderweg een klein kind in zijn nek dragen. Hij ging met het kind naar de pastoor, die hem de raad gaf om het terug naar Puurs te brengen. Onderweg zou er iemand komen die het kind zou proberen af te nemen, maar de man mocht dat niet toestaan. De man kwam onderweg inderdaad een kerel tegen, die het kind wilde nemen. De man liep door. Nog voor hij in Puurs aankwam, was hij het kind kwijt door de macht van de pastoor.
Bron
J. Wauters, Leuven, 1962
Commentaar
antwerps (klein-brabant)
481
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Liezele   
Plaats van Handelen
Puurs   
