Hoofdtekst
Ich heb daar nooit nie zoveel van gehoord van die dinger maar dat weet ich toch, dat er hier eens ene was, hij heeft hier in de gebuur gewoond, en die ging gras maaien voor te hooien hé, 't was zomerdag en iedere keer als hij 'n hoopke had dan kwam daar 'n kat op zitten, op iederen hoop één. Maar hij is toch moeten naar huis gaan, hij kos genen helver meer gemaaid krijgen.
Beschrijving
Een man was op een zomerdag gras aan het maaien. Uiteindelijk moest de man ophouden met zijn werk omdat er op elk hoopje gras een kat kwam zitten.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (noord-west)
86
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
