Hoofdtekst
Beschrijving
In Sint-Martens-Bodegem woonde een vrouw voor wie iedereen bang was. Die vrouw had een rozelaar in haar tuin.
Enkele mensen gingen naar de paters van Affligem, van wie ze de raad kregen om een paternoster te bidden en een keer rond de rozelaar te gaan. Ze moesten dan ook eens naar de bloemen kijken, omdat daar iets mis mee was. Daarna moesten ze de oogst uittrekken en verbranden.
De mensen liepen rond de rozelaar en zagen dat de bloemen allemaal op één stam stonden in plaats van in bosjes.
Enkele mensen gingen naar de paters van Affligem, van wie ze de raad kregen om een paternoster te bidden en een keer rond de rozelaar te gaan. Ze moesten dan ook eens naar de bloemen kijken, omdat daar iets mis mee was. Daarna moesten ze de oogst uittrekken en verbranden.
De mensen liepen rond de rozelaar en zagen dat de bloemen allemaal op één stam stonden in plaats van in bosjes.
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (brussel en omstreken)
477
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Affligem   
Affligem (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Martens-Bodegem   
Plaats van Handelen
Affligem   
Sint-Martens-Bodegem   
