Hoofdtekst
X Zeg, en van Zwarte Del hebt ge daar ooit van horen zeggen dat dat een heks was? 11YY Nee, Del die geloofde hard in heksen, hé. Dat was allemaal behekst bij Del zogezegd, hé. Alles was bij Del behekst.Del en Trees van Krol, die gingen altijd te voet, met tweede sinksendag, te voet naar Scherpenheuvel. Trees die kon met de fiets niet rijden, maar Del wel. En dan hebben Del, en die vent van Del die had molenaar geweest, om grond te malen. En dan als Del weg was, dan verveelde de molenaar zich, en dan stond hij uit te kijken aan de steenweg tegen een uur of elf uur half twaalf, als die terugkwamen van Scherpenheuvel. En uit verveling had hij, daar op de tweede brug die naar de molen ging, daar stonden netelen. En dan had hij die netels aan het afkappen, geweest met de zeis. En dan kwamen die wijven daaraan.En toen zei Del zo tegen de molenaar: "Maar Jef, wat hebt ge nu weer gedaan!" Die was uit Ham afkomstig, hé. '"Wat hebt ge nu weer gedaan!" "Jajaja, wat wat wat?" zei de molenaar. "Awel ja, hier zie" zei ze, "de netels afgekapt". En ze pakt zo een grop netelen, en ze wrijft zo tussen haar benen met die netels (lacht). Die had nooit een broek aan Del, hé. "Vroeger" zei ze "Als wij jong waren, wij hadden nooit een broek aan, ha nee, hé Jef." zei ze dan. Dan moest de molenaar dat nog waarmaken, (lacht)
Beschrijving
In Veerle woonde een vrouw die beweerde dat haar huis behekst was.
Bron
A. Helsen, Leuven, 2001
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (veerle)
11YY
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
Plaats van Handelen
Veerle   
