Hoofdtekst
ene man hei verteld dat een kat e ketir lang ien en weir ging tusse z’n biene, en hem zei mo altêd: "Poeske, poeske"; en as hem thös kam, ging de kat weg; en hem dacht: e geluk dad ik hem niks gedôn had, anders had hem mich iets gedôn.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die naar huis wandelde, werd een kwartier lang gehinderd door een kat die de hele tijd tussen zijn benen door liep. De man sprak tot het dier: "Poesje, poesje". Toen de man thuiskwam, was de kat verdwenen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
145
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Groot-Gelmen   
