Hoofdtekst
Daar hebben ze me ook ooit iets van verteld. Dat was iemand, ja, hoe zat dan toch dat weer in mekaar? Dat was een vrouw die dan altijd - of dat haar zoon was die gestorven was - en ja, die bad dan toch altijd maar dat hij toch zou in de hemel zijn, dat hij toch, hè. Ja, en die liet dan missen lezen. En toen op een keer was ze dan toch weer gegaan, weer om missen te laten lezen. En toen ze daar de kerk inkwam toen kwam daar een nette mijnheer haar tegen en - maar zij had die zeker op zicht niet herkend - moest een jonge mens zijn die gestorven was, de zoon dus van die madam en die had toen hem terug kenbaar gemaakt. Die had gezegd: 'Ge hoeft geen missen niet meer laten te lezen, ik ben op mijn plaats.' En toen hij sprak tegen haar, toen had zij hem terug herkend. Dat weet ik ook nog dat bonneke dat zei.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
SINSAG 0475 - Spuk in Gestalt einer lebendigen Person.
  
Beschrijving
Een moeder liet vaak een mis doen voor haar gestorven zoon, van wie ze hoopte dat hij in de hemel was. Toen de vrouw op een dag de kerk binnenkwam, liep er een nette heer naar haar toe, die sprak: "Je hoeft geen missen meer te laten doen, want ik ben op mijn plaats". Toen de jongeman sprak, had de vrouw haar overleden zoon herkend.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
f
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wimmertingen   
