Hoofdtekst
Dat was nog voor de eerste wereldoorlog. In die tijd kwamen er soms soldaten inwonen voor ne tijd in een of ander huis, en die sliepen daar en aten ook mee. Die kregen wel hun broodje van het leger, maar die bleven toch meeêten. Gewoonlijk waren er dat van het paardevolk. Op ne keer kwamen er eens drie mannen van het paardevolk op een boerderij en de boerin was al drie jaar ziek. Toen ze aan het eten waren zei de man dat hij aan zijn vrouw eten ging brengen. Een van de mannen stond op en ging mee zien. Hij zei: "Uw vrouw is niet ziek, dat is de kwade hand." Die ging eens rond het bed en daarna in alle kamers en ee paar keren rond het huis. ’s Nachts ging die niet slapen. Daar was nog een zaak waarvan hij nog niet zeker was, zei hij.Die ging bij het spoelkot zitten met zijne sabel. Die van het paardevolk hadden allemaal ne sabel. Op ne keer komt daar een kat door het spoelkoot gekropen en die sloeg met zijne sabel en hij raakte ze, hij wist niet waar. ’s Anderendaags was daar een vrouw die een beetje verderop woonde en die had hare arm in ne windel. Ze zei dat ze gevallen was, dat was van die sabel. Dat was een heks.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Drie soldaten die bij een boer gingen eten, vernamen dat de boerin ziek in bed lag. Eén van de soldaten stelde vast dat de vrouw niet ziek was, maar door de kwade hand was geraakt. Die nacht hield de soldaat met zijn sabel de wacht bij het afvoergat voor het water. Toen er een kat verscheen, sloeg de soldaat met zijn sabel naar het dier. De volgende dag droeg een buurvrouw een verband om haar arm. Dat was een heks.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
422
Vóór WOI
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heusden   
