Hoofdtekst
Door relikwie onder de deur te steken.De Walin had ook verteld van toveressen, maar ik geloofde er toch niet aan. Die had een half gebrekkelijk kind en die was naar de paters van Waterloo geweest en had een relikwie gehad en had ze onder de deur geplekt. "Sè", zei ze, "Bel Lenaerts komt ginder af en nu ga ik zeggen: Kom Bel, we gaan een goei jat (tas) café drinken, en we zullen eens zien of ze binnen zal kunnen." Bel komt eraan en madame Gilbert zei, voor zoveel Vlaams ze al kon: "Kom maar binnen, Bel, ik heb een goei jat café opgeschonken." "Nee", zei ze, "ik heb geen goesting." "Allee, kom toch binnen", zei de Walin. "Nee, nee", zei Bel en ze ging voort. "Nè, nu zult ge het wel geloven", zei de Walin, en ik was er echt van gepakt.
Beschrijving
Een Waalse vrouw die een gehandicapt kind had, kreeg van de paters van Waterlo een relikwie om onder de deur te steken. Op een dag nodigde de vrouw iemand uit de buurt uit om koffie te komen drinken. De bezoekster sloeg het aanbod echter af omdat ze niet binnen geraakte in het huis.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (rupelstreek en omgeving)
335
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Westerlo (paters van)   
paters van Westerlo   
Waals   
Naam Locatie in Tekst
Heindonk   
Plaats van Handelen
Westerlo   
