Hoofdtekst
In en rond het deurp loep do vruuger dek e ne grote hond met een dikke ketel oan zene hals. Dat was de kettelhond woa de kinder zo fel sjrik van hoanen omdat hij ze altaid aatervolgde. Mais ich heb nooit geheurd dat hij iemand koad gedun hèt.
Beschrijving
In het dorp liep vroeger een grote hond met een ketting rond, die de kinderen achtervolgde.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
200
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voort   
