Hoofdtekst
Ich zelef, ich ging ook in Könsem (= Koninksem) kerseren (= vrijen); en dat was op enen a(ch)ternoen, ze! Ich ging ook door Piringen en aan de kruisbaan op Bedeuil (= Widooie), - ich had al ene koestok opgeraap(t) - kwam ook ene grote hond op mich aan. En ich houwde hem, we hadden zeker twintig minuten gevèch (= gevochten), mè op 't leste kwamter niemee de kruisbaan over. - Een heks moet zje a(ch)ternoa gaan, zo! ... oer bein (= uw benen) zo kruisen en zo de stappen zetten... dan gaat zje geen drie treed (= treden) of ze kik om! - Ich kwam laat bij mij(n) metske (= meisje)! As ich hem kon bloed houwen, dan wis(t) ich wie het was.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Op een dag ging een jongeman in Koninksem zijn vriendin opzoeken. In Piringen bij het kruispunt van de weg naar Widooie werd de man aangevallen door een hond. Na een lang gevecht kon de man verder. De weerwolf kon het kruispunt immers niet oversteken. Wie een weerwolf kon laten bloeden, kon hem herkennen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
987
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
Plaats van Handelen
Koninksem   
