Hoofdtekst
Woltie Plee, waarvan dat Verriest nog geschreven heeft in ’n boek, viel in ruzie met paster Verriest. Als Woltie’s vader dood ging kreeg Woltie niets, ze hadden d’erfenisse gegeven aan paster Verriest voor ’n goed werk. En daarachter, als Woltie Verriest zag, begon hij hem te verwijten en Verriest antwoordde niet.Ommeddekeer kwam Woltie ziek en hij zag niets anders dan duivels: "Sla ze dood, sla ze dood!" riep Woltie. "’k Zie niets!" zei zijn vrouwe. "’t Doet", zeid’ie, "’t zijn al duivels!" – "Moet ‘k om de paster gaan?" zei ze. "Wat paster? Verriest?" – "Nee, den onderpaster." –"Neen, ga naar paster Verriest!" En Verriest kwam. "Zie je de duivels niet?" vroeg Woltie. "Nee’k", zei Verriest, "maar ‘k ga eens ’n goed gebed doen."De duivels gingen weg en binst dat Verriest daar was, ging Woltie dood.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Een man had ruzie met de pastoor. Toen de vader van die man was gestorven, kreeg de man niets. De erfenis werd aan de pastoor gegeven voor goede werken. Op zekere dag werd de man ziek. Hij zag niets anders dan duivels om zich heen en riep de hele tijd: "Sla ze dood! Sla ze dood!" De echtgenote van de man liet de pastoor komen. De geestelijke kon de duivels niet zien, maar hij begon te bidden, waardoor de duivels weggingen. Tijdens het bezoek van de pastoor is de man gestorven.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (tussen schelde en leie)
591
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingooigem   
