Hoofdtekst
De twee gebroers D. van Tongeren die kwamen hier nog al eens bij familie en ene kwam dikwijls met mijn vaar klappen. Als die wat gedronken had in een herberg wou hij nooit betalen en op een keer waren ze in een herberg en de baas zei: 'Johannes, ge moest me toch iets geven.' 'Betalen, betalen' zei D. en hij trok zijn neus op en toen smeet hij daar geld. 'Sluit uw deur goed?' vroeg hij toen aan de herbergier. 'Ja, met een klink, een slot en een grendel' zei die. 'Sluit ze dan goed en kom' zei hij tegen vaar en ze gingen uit. Toen deed hij mijn vaar weggaan en hij nam zijn 'moalesdoek': 'Kom nu terug en schudt hem eens uit en leg hem op mijn hand' zei hij. En toen riep hij: 'Uit de weg!' en hij gooide zijn 'moalesdoek' tegen de deur dat ze met klink en slot en grendel en al in 't midden van 't huis lag. Dat deed die, en toen wou mijn vader niet meer met hem te doen hebben. En de broer dat was dezelfde. De gendarmen hadden die te Loon op de Nieuwmarkt eens gepakt en met de kluisters aan hadden ze hem onder het stadhuis gezet en daar nog vier man bij. 'Zouden we geen pot bier kunnen krijgen?' vroeg hij. 'In de herberg is bier genoeg maar ge ziet van hier dat wij u gaan betalen' zeiden die mannen. Toen deed hij zelf zijn kluisters af en hij haalde twee frank uit voor bier en daarna deed hij ze weer aan. 's Anderendaags deden ze hem met een kar naar Tongeren en zijn broer liep hem na en vroeg: 'Broer wilt ge los zijn?' - 'Nee, nog niet' en Johannes vroeg dat nog eens en nog eens maar hij wou niet. Maar 's anderendaags vonden ze hem niet meer, hij was gevlogen en niemand wist hoe.
Onderwerp
SINSAG 0672 - Zauberer geht durchs Schlüsselloch (geschlossene Türen); Türen öffnen sich, wenn er seine Mütze dagegen wirft.   
SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   
Beschrijving
Eén van de broers D. uit Tongeren had de reputatie dat hij nooit wilde betalen in een herberg. Op een dag ging de broer samen met een vriend naar de herberg, waar de herbergier begon aan te dringen: "Johannes, je moet me nu toch maar eens betalen!" D. trok zijn neus op, gooide wat geld op tafel en vroeg de herbergier: "Sluit de deur van deze herberg goed?" De herbergier antwoordde: "Jazeker, met een klink, en slot en een grendel!" D. beval de herbergier zijn deur goed te sluiten, en ging dan naar buiten met zijn vriend. D. stuurde zijn vriend enkele minuten weg en haalde ondertussen zijn zakdoek boven. Toen de vriend terug was, vroeg D. hem om de zakdoek uit te schudden en dan weer op zijn hand te leggen. Vevolgens riep D.: "Uit de weg!" en gooide de zakdoek tegen de deur van de herberg, die prompt met klink, slot en grendel neer viel. Sindsdien wilde de vriend niets meer met D. te maken hebben.
Ook de andere broer D. beschikte over vreemde krachten. Op een dag werd hij op de Nieuwmarkt in Loon door de politie opgepakt en geboeid bij het stadhuis achtergelaten onder de bewaking van vier mannen. "Zouden we geen glas bier kunnen krijgen?" vroeg D., waarop de mannen antwoordden: "In de herberg is genoeg bier, maar we denken er niet aan om dat voor jou te betalen!" Daarop deed D. eigenhandig zijn boeien af, gaf de mannen twee frank om bier te kopen en deed daarna zijn boeien opnieuw om. Toen D. de volgende dag met een kar naar Tongeren werd gebracht, kwam hij zijn broer Johannes tegen. Johannes vroeg hem: "Broer, wil je vrij zijn?", waarop de broer antwoordde: "Neen, nog niet". Johannes vroeg het nog een keer, maar zijn broer weigerde opnieuw. De volgende dag was de gevangen broer D. spoorloos verdwenen.
Ook de andere broer D. beschikte over vreemde krachten. Op een dag werd hij op de Nieuwmarkt in Loon door de politie opgepakt en geboeid bij het stadhuis achtergelaten onder de bewaking van vier mannen. "Zouden we geen glas bier kunnen krijgen?" vroeg D., waarop de mannen antwoordden: "In de herberg is genoeg bier, maar we denken er niet aan om dat voor jou te betalen!" Daarop deed D. eigenhandig zijn boeien af, gaf de mannen twee frank om bier te kopen en deed daarna zijn boeien opnieuw om. Toen D. de volgende dag met een kar naar Tongeren werd gebracht, kwam hij zijn broer Johannes tegen. Johannes vroeg hem: "Broer, wil je vrij zijn?", waarop de broer antwoordde: "Neen, nog niet". Johannes vroeg het nog een keer, maar zijn broer weigerde opnieuw. De volgende dag was de gevangen broer D. spoorloos verdwenen.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.2 Tovenaars
zuid-limburgs
Vader v.d. Informant heeft het meegemaakt.
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Horpmaal   
Plaats van Handelen
Loon   
Nieuwmarkt   
Tongeren   
