Hoofdtekst
In Bedueil (= Widooie) waren ook opscheppers zo: 'Ich zal dit, en ich zal dat! en ich heb nie bang!...' De knech(t) was door een vies baan gegaan, hij had e spook gezien, en he was gaan lopen. 'Och, wa zou het! zei doa ene, e spook bestaat nie!' mè toen gingter zelef spoken. Mè terwijl had ene kameraad van die knech(t) ene mes(t)haak metgenomen, en he kwam doa door tussen lich(t) en donkel - dat he(ef)t meer effec(t) dan! - en die felle komt op hem uit, en den andere slaat hem voor de kop met de mes(t)haak en he sloeg hem dood. Toen was het gedaan met spoken.
Beschrijving
Een knecht uit Widooie vertelde verschrikt aan zijn vriend dat hij een spook had gezien. Zijn vriend lachte en zei: "Och, dat kan toch helemaal niet! Spoken bestaan niet!" De vriend besloot echter zelf een keer voor spook te spelen. Toen een kennis van de knecht bij schemerdonker op pad moest, nam hij voor de zekerheid een mestvork mee; hij had immers vernomen wat de knecht had meegemaakt. Zo gebeurde het dat die jongeman een vriend doodsloeg, die voor spook speelde.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
1180
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Widooie   
