Hoofdtekst
Beschrijving
Een oude vrijgezel werd het slachtoffer van de grappenmakerij van zijn vrienden. De vrienden beweerden dat in het veld een licht te zien was en de vrijgezel had gezegd: “Oh, ik zal daar wel een keer naartoe gaan”. De vrijgezel was pas de volgende ochtend, helemaal besmeurd met modder, thuisgekomen. Hij had de hele tijd in de weide rondgedoold. Zogezegde dwaallichtjes waren vaak lantaarns van boeren bij wie bijvoorbeeld een koe moest kalven.
Bron
C. Van Eyen, Leuven, 1989
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (kaggevinne)
11F
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaggevinne   
