Hoofdtekst
D’er was daar ne knecht die bij nen boer woondige. Nu … en hij moste bij de peirden werken en ’t senachts ze wisten zilder (zij) dat niet hé, hij moest hele nachten lopen bi (met) zijn bèrevel aan. Ja, en dienen boer wierd da geware en diene knecht wierd zo magre. Binst den dag hard werken en ’t senachts lopen bi een bèrevel. Dienen boer gingt da gaan zeggen, eh ja, hij wierd da geware hé. Hij gingt da gaan zeggen aan ne pastre of ‘k en wetet zo just niet meer… ne pastre of ne patre. Hij zeit: "Ge moet ne keer waken waar dat hij zijn berevel steekt." Zo ze waaktigen hem en hij zag hem zijn bèrevel weg steken. En da bèrevel lag tegen ’t ovekot onder de doorns, van d’hage te scheren en hij had zijn vel daar onder gestoken. En hij gingt da vertellen naar diene pastre en den dienen zegt: "Ge moet uwen knecht doen gaan werken op ’t voorste (verste) land daje het…" Ewel, hij had hem weggezonden "En", zegt de pastre, "ge moet den oven heten, zo heet of daje kunt dat den oven gloeit. En o jen oven stijf gloeit (als de oven hevig brandt), ge moet da berevel pakken en d’er in smijten en zere (rap) de deure toedoen. En hij heetige den oven op zijn heetst en de deure was schone toe en de knecht kwam op ’t hof gevlogen bi (met) zijn peirden en schuimend van ’t zweet. En da vel was al verbrand hé. Ja, hè was’t hij verlost hé en hij zei tegen den boer dat hij blije was dat hij verlost ware. En nu most hij alle nachten gerust slapen hé.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een paardenknecht die op een boerderij werkte, moest de hele nacht als weerwolf rondlopen met een berenvel op zijn rug. De boer vond het vreemd dat zijn knecht zo erg vermagerde en hij vertelde aan de pastoor wat hij vermoedde. De pastoor gaf de boer de raad op zoek te gaan naar de plaats waar de knecht zijn berenvel bewaarde. Het vel lag onder de doornenhaag bij het ovenhuis. Daarop gaf de geestelijke de boer de raad om de knecht ver weg te sturen en intussen de oven warm te stoken om het berenvel te verbranden. Het vel lag nog maar net in de oven, of de knecht kwam in volle vaart aangestormd om zijn vel te redden. Omdat het berenvel al was opgebrand, was de knecht verlost en kon hij weer iedere nacht rustig slapen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
135
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
