Hoofdtekst
Ik heb het horen vertellen : een kind dat ziek was. Ze zeiden dat het betoverd was. En zij gingen met hun kind naar de paters (Augustijnen –Gent), en Marietje ook. En er was er nog ene. En ze mochten nier omkijken, ze mochten naar elkaar niet kijken. Als ge naar de paters gingt, mocht ge nooit naar elkaar kijken. En als ze achter u riepen, mocht ge niet omkijken... De één mag naar de ander niet kijken.
Beschrijving
Twee mensen gingen naar de paters van Gent met een ziek kind dat betoverd was. Wanneer men met z’n tweeën naar de paters ging, mocht men elkaar nooit aankijken.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
61E
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Ename   
Plaats van Handelen
Gent   

