Hoofdtekst
Ik heb nog van de mare berêen geweest.Ge zijt alzo in slape, en g’ontwekt, en dat is lijk iet dat op u vliegt. Maar wat dat dat zuuste is, wete ‘k niet. Ge ligt ontwekt en ge peinst dat ge roept. En dat kan ’n kart, ’n halfure duren. En ’t zweet loopt van u. En ‘k laze ‘k ik toen voor Sint Jozef den Dromer, en ‘k leie ‘nen natten handdoek op mijn hoofd. En ge roept om hulpe, maar ’t gaat niet: ze horen ’t niet! En achter ’n endeke, ge durft niet meer slapen, want als ge u legt, is ’t daar were.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wie tijdens zijn slaap door de maar werd bereden, werd wakker en had het gevoel dat er iets op hem vloog. Slachtoffers van de maar waren helemaal bezweet en probeerden te roepen, maar er kwam geen geluid. Dat gevoel kon wel een kwartier of een half uur duren. Soms was het zo erg dat mensen niet meer durfden te gaan slapen uit angst dat ze weer door de maar zouden worden bereden.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
130
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vichte   
