Hoofdtekst
Hier, me vader heeft dat ook verteld, je was daar ook bij, dat was in "’t Hemelrijkje”. Er was daar een baas, ik kan zijn name niet meer zeggen, een geassureerde (stoutmoedig) baas. Ze waren bezig met bollen in de boltra en Placiden Boudry was daar. ’t Was geklapt van stelen en al zulke dingen en "Ja”, zegt de baas, "’t zou moeten hier zijn, ‘k zou derachter schieten en ‘k zou niet mis zijn! Ze moeten maar nie komen”! "Ja”, zegt Placiden Boudry, "’k zou ik moeten komen, je zou gij mogen schieten zoveel als ge maar wilt, je zou gij mij toch nooit hebben”! "Ja”, zegt de baas, "dat zou ik toch een keer willen zien”! Nu, ze waren zij alzo in coutenance (gesprek). "Hewel, meuk op je schieten”? zegt de baas. "Ja’g, je meugt schieten”! zegt Placiden. De baas pakt zijn piston, je dei er een maatje poere in, je stampte dat toe en toen nog een maatje zaad en dat in zijn tweeloop. ’t Gewere was gelaân en je stond tenden (aan het einde) de boltra. Al de mensen die daar waren, ze wisten dat de baas, als hij ging schieten dat ’t was om te hebben. Ze stonden daar al en beven, mijn vader zowel lijk d’ander. Die mens hadde een keer moeten dood zijn! Ze wisten dat de baas ging doen voor dood. "Hoort een keer”, zei de baas, "’k meugen schieten”? "Ja’g”, zei Placiden, "je meugt schieten”! Als hij dat drie keren gevraagd had, zei de baas: "Mensen, je hebt het gehoord. ‘k Gaan schieten voor dood”! Je lei aan, vlak er op, "poem, poem”. De piston klakte, maar zijn gewere ging niet af. "Steekt er maar twee nieuwe op”! zei hij. Staf stak twee nieuwe op, dat is waar gebeurd , mijn vader stond er bij. "Steekt er nog een keer twee nieuwe op”, zei hij, "maar nu meug je niet meer wijzen op mij, je moet je loop omhoog houden”! Maar met dat hij trok "Boem, Boem”, de schoten gingen wel af. Je koste meer dan pap eten den dien. Dat is gebeurd aan ‘t "Moorteltje” met Placiden Boudry. Dat weet ik van goed part.
Onderwerp
SINSAG 0663 - Zauberer macht Jagdglück zunichte (bewirkt, dass die Flinte versagt).   
Beschrijving
Een boer die met enkele vrienden een gesprek voerde over inbraak, zei: "Als ze bij mij zouden langskomen, dan zou ik ze neerschieten en het zou wel raak zijn!" Eén van de vrienden zei: "Als ik bij jou zou komen, dan zou je mogen schieten zoveel je maar wilt, je zou mij toch nooit kunnen raken!" De boer antwoordde: "Dat zou ik toch nog weleens willen zien!" De boer kreeg van zijn vriend de toestemming om de proef op de som te nemen en om hem neer te schieten. Toen de boer klaarstond met zijn geladen tweeloop, vroeg hij voor de zekerheid nog driemaal aan zijn vriend of hij echt mocht schieten. "Ja, je mag!" zei de vriend vastberaden. De omstaanders stonden te trillen op hun benen omdat ze vreesden dat er werkelijk een slachtoffer zou vallen. Toen de boer naar de man schoot, werkte zijn geweer niet. Hij probeerde nog eens met twee andere kogels, maar ook die keer lukte het niet. Daarop sprak de vriend: "Schiet nu nog eens met je geweer in de lucht!" De boer deed het, en die keer werkte zijn geweer wel. Die vriend kon toveren.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
25
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
