Hoofdtekst
X: Hebt ge nog gehoord van weerwolven?Ja, en van die spoken. Er zaten er hier veel in die branke hoor, met een laken over zich.X: Wat was dat eigenlijk? Wat deden die weerwolven?Dat waren vellen. Zij verkleedden zich in een berevel. Maar dat bestond toch hoor. Ik heb dat mijn ouders altijd horen vertellen. Die zaten in een borm waar er branken stonden, van die oude olmen. En die weerwolven zaten daartussen. En de mensen kwamen van hun werk zoals mijn knecht uit de smidse. Er zat daar ook een weerwolf. Maar die had hem dan een kasseisteen of twee genomen en hij was eens tot bij die weerwolf gegaan. Maar die liep vlug door hoor. Dat was een mens zoals wij. X: Sproongen die weerwolven niet op de mensen?Jaja, maar ik was toch niet schau hoor. Ik ben nooit of nooit schau geweest. En die mensen die schau waren, zoals mijn buurman, zou uren gelopen hebben om die weerwolf niet tegen te komen.
Beschrijving
In een boomstronk in Sint-Maria-Horebeke zaten veel grapjassen die zich met berenvellen hadden verkleed. Sommige mensen maakten een grote omweg wanneer ze op pad waren om geen weerwolf tegen te komen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (zuiden)
187B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Maria-Horebeke   
Plaats van Handelen
Sint-Maria-Horebeke   

