Hoofdtekst
Van de mare bereden.Op nen avond ging er iemand uit ons geburen naar Haaltert. Mee ne keer hoorde hij roepen: “Helpt er mij uit; helpt er mij uit.” Dat bleef duren en hij ging op dat geroep af. Hij kwam aan een wei en hij vond de paster van Haaltert die daar al uren aan een stuk aan ’t rondlopen was en hij kost het hofgat (ingang van weide) niet meer vinden. Hij was van de mare bereden.
Beschrijving
Een man die op een avond naar Haaltert ging, hoorde een stem roepen: “Help mij eruit, help mij eruit!” De man ging kijken wat er aan de hand was en trof de pastoor van Haaltert aan in een weide. De geestelijke doolde daar al uren rond omdat hij de ingang van de weide niet meer kon vinden.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
109
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
Plaats van Handelen
Haaltert   
