Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0170_0170_16688 - Ongelukken op hofstede - Redding door pastoor

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

De pastoor ging naar mijn moeders en de die en kosten geen boter karnen. Mijn man had gekarnd in mijn moeders plekke, hij zei alsan dat ’t loog daaraan, dat ze altijd naar haar soep liep en naar haar eten en hij karnde hij dat ’t schuim in ’t gat van zijn broek stond. Geen beuter! Van ’t zelfde karnsel, ’t kortte room en in eden ordinairen tijd we hadden schone beuter. De paster had gezeid: "Heb je zout, heb je wijwater? Geef nooit aan iemand geen beetje melk meer mee zonder dat je een klein beetje zout in doet. Ze hebben nooit geen rooi (last) meer gehad. Ook niet meer met de kalvers, want anders ’t was olle momente een kalf die dood lag.

Beschrijving

Een boerin die geen boter kon karnen, kreeg bezoek van de pastoor. De boer had zelf ook al eens proberen te karnen omdat hij geloofde dat het karnen bij zijn vrouw mislukte omdat ze de hele tijd heen en weer liep tussen het botervat en het fornuis waar het eten stond te pruttelen. Ook de boer slaagde er echter niet in boter te karnen. De pastoor deed wat zout en wijwater in de room en maakte in de kortste keren boter. Hij gaf de boer en de boerin ook de raad om voortaan altijd wat zout in de melk te doen als iemand er kwam halen. Daarna hebben de boer en de boerin geen problemen meer gehad. Vroeger lag er namelijk ook vaak geregeld een kalf dood in de stal, maar dankzij de pastoor gebeurde dat niet meer.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
19
Moeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Reningelst    Reningelst